Op het centraal station
Daar zit ik, op het centraal station, bij een koffietentje en geniet van het mensen kijken. Elk mens draagt zijn verhaal, en zo lees ik korte verhalen. Ik heb mijn eigen mok meegenomen en drink een lekker koffietje, en daarnaast heb ik een knapperige croissant. Een fijn rustpuntje.
Een lief meisje loopt rond om de bekers, de bordjes en de servetten van de tafeltjes weer mee te nemen. Dan loopt ze naar de jongen in het hoekje van de ruimte. Hij heeft zijn zwarte capuchon ver over zijn oren getrokken. ‘Meneer,’ vraagt ze, en dan wat harder ‘Meneer, u mag hier alleen blijven zitten als u ook een consumptie bestelt. En anders moet ik u vragen om te vertrekken. De jongen kijkt op, haalt zijn schouders op, staat op en loopt langzaam naar de uitgang.

Â
Boos zijn is ook liefde
Naast de uitgang staat een man te kijken, mager, een oversized colbertje, een vale hoed. Hij beent naar de serveerster. Heel beheerst zegt hij: ‘Ik wil je bedanken voor je gastvrijheid. Ik kom hier vaak. soms drink ik wat, soms niet, maar ik mag hier altijd gaan zitten. Ik bedank je voor de gastvrijheid.’ Het meisje reageert verbaasd. ‘Maar, uh, eigenlijk mag u alleen hier zitten als u iets bestelt.’ ‘Ja, ja, dankjewel voor je gastvrijheid.’ Hij begint wat harder te praten. ‘Ja, fijn dat ik hier mag zitten.’ En dan wordt zijn stem nog luider: Boos zijn is ook liefde, weet je.’ En het meisje antwoordt: ‘Maar ik ben helemaal niet boos.’ ‘Nee, maar ik wel,’ roept hij, en loopt dan naar buiten, keert zich om naar de ramen, timmert er krachtig op en roept: ‘Ik ga hier buiten wel zitten, hoor, ik doe mijn jas wel aan, mijn sjaal om, zet mijn muts op, en dan zit ik buiten ook lekker warm hoor. Bedankt voor je gastvrijheid.’ Het meisje glimlacht, lichtjes, even naar mij. En een paar minuten later komen twee mensen van de beveiliging. Ze kijken even rond in het tentje, en lopen dan weer weg. Ik sta op, bestel nog een koffie, neem mijn boek uit mijn tas, en wacht tot negen uur. dan ga ik naar de trein, en ga met korting reizen, in de daluren.
Vredestichters
Het is bijna een week later. Het is zondagochtend, en zoals altijd kijken we even naar een preek. Het gaat over Zalig zijn de vredestichters. En ineens weet ik het. Die man met zijn ruime colbert kon wel eens een vredestichter zijn. Ik zat er als rijke kapitalist achter mijn koffietje, croissant, en mijn mooie literaire boek, met een ov-kaart met een mooi abonnement erop, op weg naar een vriendinnetje. Hij stond daar bij de deur, en zag iets gebeuren wat niet oké voor hem voelde. Iemand werd weggestuurd, alleen maar omdat hij geen geld had voor een consumptie. Hij vocht tegen onrecht, en had geen andere tool, dan schelden en bonken tegen de ramen. Het was dus helemaal niet zo gestoord toen hij zei: ‘Boosheid is ook liefde.’
Het betere verhaal
Ik had een ander verhaal kunnen schrijven, als ik niet de kapitalist was, die ik ben. Dit was het verhaal geweest:
Ik zat pas op het station in Rotterdam bij een koffietentje. Ik dronk er koffie en at er een croissantje. Op een geven moment kwam de serveerster en liep naar een, waarschijnlijk, zwerver. Ze vertelde: ‘Je zit hier nu al een uur, en je hebt geen consumptie besteld. Je moet echt vertrekken. Ik zag het gebeuren en stond gelijk op, en vroeg de zwerver: ‘Wil je soms een bakje koffie en wat erbij?’ En ja dat wilde hij wel, en dan graag met een donut. Bij de uitgang stond een man, met een veel te groot colbertje en een donkere, versleten hoed. ‘Nou ik doe ook graag mee,’ kwam hij met zijn kraakstem. En ik bestelde nóg een koffie met een donut. Mijn boek bleef in mijn tas en we raakten in een geanimeerd gesprek. De jonge man, met capuchon verteld dat hij op het platteland geboren was, geen contact meer had met zijn verslaafde ouders, twee huwelijken die gestrand waren, zijn zieke lever. De andere man, vertelde over zijn goede baan, en hoe het fout ging, zijn kinderen die ij niet meer zag. We bestelden nog een keer koffie, deze keer met bananenbrood. Het was een bijzonder moment. Drie mensen die elkaars hart vonden.. En toen het 10 uur was bedacht ik ineens dat ik op weg was naar mijn vriendinnetje. Ik nam afscheid en holde naar mijn trein. Even een berichtje: Ik kom een uurtje later, heb zin in onze afspraak.Â
Zalig zijn de vredestichters
ik weet het weer, ik weet weer hoe het moet. Zal ik dan maar de volgende keer een extra mok in mijn tas doen, als herinnering… Of doe ik het de volgende keer weer gewoon zoals altijd?Â
Over kapitalisme en arm en rijk...

Dat zijn van die dingen waar je achteraf van denk, dat had ik beter moeten doen. Ik voel me altijd heel ongemakkelijk in zulke situaties.
Maar je hebt me weer na laten denken , dank je wel.
Ja, ongemakkelijk! Dat is het.