veilig

Zorgeloos

Ze geniet met volle teugen. Aan de ene kant diepe voren in de grond, aan de andere kant hele velden met tulpen, paars, rood, geel, wit. Boven haar maken de eerste zwaluwen hun kapriolen, en in de verte laat de koekoek zich al horen. Ze heeft het fietsen herontdekt, en ineens merkt ze dat ze aan het neuriën is. Dat is lang geleden. Ze voelt zich gewoon een beetje zorgeloos. Het lijkt of alle zorgen weggewaaid zijn door het kleine briesje dat haar zwarte haar heen en weer zwiepert.

De Kriterionmeisjes

Na een uurtje fietsen gaat ze op een bankje zitten. Ze grinnikt om zichzelf. Uit haar fietstas haalt ze een kleine thermoskan, haar beker met de ijsvogel en een stroopwafel. Ze zet het op het bankje en pakt dan haar boek erbij, De Kriterionmeisjes. Het duurt niet lang of ze is helemaal verdiept in de verhalen van de meisjes die in de tweede wereldoorlog verzet hebben gepleegd. En, wat ze vaak heeft bij het lezen van dit soort boeken, haar bekruipt een gevoel van ‘Ik weet niet of ik zo dapper zou kunnen zijn, ik weet niet of ik echt verschil zou kunnen maken’. Ze legt het boek even naast zich neer. En dan komt er een oudere man aanrijden. ‘Mag ik even naast je zitten?’ Ze knikt, en schuift haar spullen een beetje naar zich toe. Hij gaat zitten en ziet haar boek. ‘Interessant?’ ‘Ja, heftig en best wel confronterend.’ Ze raken aan de praat. ‘Ach, meisje, je bent nog zo jong,’ zegt hij dan, ‘half de dertig?’ Ja, ze is 36, en het voelt niet meer zo piepjong. De meiden uit het boek zijn zo rond de twintig, sommige zelfs nog jonger. ‘Heb jij kinderen?’ vraagt hij dan, zo uit het niets.

Ik ben met de aggregaat bezig

Kinderen? Ze hapt naar adem. Kinderen? Ze heeft een kind, en dat kind ligt thuis, aan boord, in zijn bedje, en ze is hem helemaal vergeten. Heeft ze hem wel de borst gegeven vanmorgen? En gisteren? Heeft ze hem wel gezien. Heeft ze hem wel een schone luier gegeven? Ze is gisteren helemaal niet bij hem wezen kijken, en vandaag ook niet. Terwijl ze frank en vrij aan het fietsen was, lag haar kind thuis te verkommeren. Ze springt op, rent naar haar fiets en pakt haar telefoon. O, nee, geen bereik. Wat moet ze nu? Ze rent naar de windmolen die vlak voor haar staat, klimt een eindje naar boven, en ja, daar heeft ze bereik. Ze belt direct naar haar lief. ‘Lieverd,’ hijgt ze, ‘mijn kind, ik heb niet naar mijn kind gekeken, vandaag niet en gisteren niet.’ ‘Kom dan maar naar huis,’ geeft hij als antwoord. ‘Maar ik moet zeker nog een uur rijden,’ roept ze vertwijfeld, maar hij zegt, zelfs een beetje achteloos, ‘sorry, lieverd ik ben met de aggregaat bezig, die heeft kuren.’ En hij hangt op. 

Ik ben aan het brood bakken

De oude man komt naar haar toe. Hij heeft alles gehoord. ‘Kan je niet iemand anders bellen?’ O, ja, Anna, haar vriendin, die niet zo ver van haar vandaan woont. ‘Anna,’ roept ze als ze opneemt, ‘wil je alsjeblieft naar het schip gaan, ik heb mijn kind laten liggen vandaag, en ik heb hem gisteren ook niet gezien, ik ben hem helemaal vergeten. Wil je álsjeblieft naar hem toe gaan? Ze smeekt het.’ Maar nee, haar vriendin, zegt vriendelijk en beslist, ‘nee, dat kan niet, ik ben aan het broodbakken.’ En als ze de buurman belt, hoort ze ‘ik kan nu even niet opnemen, kijk op mijn site voor informatie, of bel later terug.’

Zwarte wolken

Ze heeft het gevoel of ze gek wordt. Straks leeft hij niet meer, en dan is het haar schuld. Hoe kan het toch dat ze hem vergeten is. En het ergste is nog dat haar dit vaker overkomen is. Ze rent naar haar fiets, en ze zet haar computertje op turbo en racet zo in volle vaart richting haar schip. De lucht wordt donker, Zware wolken drijven over, de vogels zwijgen. Ze merkt het niet, ze weet alleen dat ze heel snel thuis moet zijn. Na drie kwartier ziet de de mast van het schip. De eerste druppels vallen, ze gooit haar fiets neer, rent de steiger op, springt op het schip, roldeboldert van de twee trapjes, en gooit de deur open.

Ik wist het niet meer

En daar zit ze, op een stoel naast het bed, een grote forse donkere vrouw, een grote lieve glimlach op haar gezicht, ze kijkt even op, en gaat dan weer door waar ze mee bezig was. Ze zingt. En in haar armen ligt het kind. Met zijn kleine bruine oogjes kijkt hij gefocust naar de lippen van de vrouw. Naast hem staat een flesje met drinken. De vrouw wiegt het kind heen en weer, en dan kijkt ze haar aan. ‘Lieverd, wat kijk je verschrikt, wat is er aan de hand? En zij, ze zakt op haar knieën en legt haar hoofd in de schoot van de vrouw ‘Ik was zo bang, zo vreselijk bang. Ik was hem vergeten. Ik was zo bang dat hij dood was. O, ik was zo bang.’ Dan voelt ze een hand over haar hoofd strelen. En ze kalmeert wat. ‘Ach lief kind, je wist toch dat ik altijd voor je kind zorg. Je weet toch dat je kind bij mij veilig is. Je weet toch dat je heel gerust je ding kan doen, en dat ik dan wel op hem pas? Ze heft haar betraande gezicht op, en zegt dan ‘ik wist het niet meer, ik wist het toch niet meer.’ dan hoort ze voetstappen achter zich. En daar staat de oude man, die op haar bankje zat. ‘Meisje, toch,’ zegt hij, en hij hapt even naar adem, ‘wat gelukkig dat je kind veilig was, wat heel gelukkig.’

Steeds weer

En elke keer weer, droom ik dat ik mijn kind vergeten ben. En dan voel ik me zo’n ontaarde moeder. Heb jij ook dromen die steeds weer terugkomen? Je weet misschien best wel waar ze vandaan komen. Of misschien niet. Dromen zijn geen bedrog, ze willen jou wat zeggen.

2 gedachten over “veilig”

  1. k Weet er alles van dat dromen. maar dat is geen nieuws voor je hè. Blij dat je weer een verhaal op papier gekregen hebt!

    1. Ach ja, die dromen. We doen het allemaal, maar de meeste vergeten we. vaak onthouden we de dromen het best als we tijdens de droomwekker worden, of als hij heel heftig was.
      En ja, dat schrijven stopt soms he…

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *