Besluiteloos en laf
Het is zondagmorgen. Ze zit in de kerk. Een kerk met veel marmer, leisteen, en prachtige glas in lood ramen. Het is koud. Ze bibbert, ondanks haar dikke warmgevoerde jas. Aan de ene kant naast haar zit een oude vrouw, haar handen stil op haar schoot, aan de andere kant zit een klein meisje, met een felrood jasje. Ze speelt met de inhoud van haar tasje, kleurtjes, playmobile, en een schrijfboekje.
Ze wacht op een boodschap. Soms kan ze zich zo alleen voelen, en besluiteloos en laf. En nu is het zo’n moment dat ze verlangt naar een stem, een hand op haar schouder.
Je leerlingen zitten op school om te leren
Het was een heftige week geweest op school. In haar klas was gedoe, veel ruzie, gescheld, en ook nog boze ouders. En ze wist het. De boosheid was niet op haar gericht. In haar klas zitten veel kinderen met een migratie achtergrond. En ze hebben het zwaar. In hun gezinnen is veel onrust, angst en armoede. En dan vindt de directeur de scores van rekenen en Nederlandse taal zo ontzettend belangrijk. Maar hoe kan je nu leren, als je honger hebt? Hoe kan je je concentreren als je ouders oorlog voeren? En hoe belangrijk is rekenen, als je uitgeteld bent?
Ze maakte een vergadering mee, met collega’s, de directeur en een bestuurslid. ‘Je leerlingen zitten op school om te leren. Dat is het belangrijkste,’ zei het bestuurslid. Hij keek haar ernstig aan. En ze knikten allemaal. Ze vertelde de verhalen van Murat, Ayla, Dunya. Maar het kwam niet over. Â Ze sprak over het kind dat opgroeit in een een-oudergezin, het kind met de afwezige of een vaak heel dronken vader, over de moeder die in de schuldsanering zit. Ze kwam er niet doorheen. Eenzaam en teleurgesteld was ze naar haar appartement gefietst. Ze voelde zich machteloos. Een soort roepende in de woestijn.
De liefde is de baas
En nu zit ze in de kerk. Ze is al maanden niet geweest, en nu had ze er zó behoefte aan, even stil zijn, even alleen maar luisteren. Verlangen, hunkering.
De dominee staat hoog op de preekstoel. Zijn paarse toga schittert in het licht. Haar gedachten zijn op school. Ze voelt zich verward. Waarom was ze ook al weer juf geworden?
Dan ineens wordt ze op haar schouders getikt. Ze buigt zich voorover. ‘Weet je,’ hoort ze de stem van de predikant. ‘Gideon, een legeraanvoeder, is op een gegeven moment met 300 man, en het vijandelijke leger bestaat uit 135.000 soldaten. Daar is natuurlijk geen beginnen aan. Gideon voelt zich slap en machteloos. En daar is de stem van God tegen Gideon: ‘Ga vannacht naar het tentenkamp van de vijand en houd je oren open.’ Dat durft Gideon niet, zeker niet in zijn eentje. ‘Neem dan je vriend Pura maar mee,’ zegt de Heer.
En zo gaan Gideon en Pura midden in de nacht heel stil door het slapende kamp. Ineens horen ze stemmen. ‘Ik droomde daarnet zo raar,’ zo horen ze, ‘ik zag een groot gerstebrood, die rolde van de berg naar beneden en viel zo tegen een tent aan, en de tent tuimelde helemaal om. ‘O, echt,’ horen ze een andere stem zeggen. ‘Dat gaat vast over Gideon. Dat brood is het leger van Gideon, en die gaat ons overwinnen.’ Gideon raakt de arm van zijn maat aan. ‘Hoor je dat?’ ‘Dankuwel,’ fluistert hij zachtjes naar de hemel. Hij steekt zijn armen omhoog. ‘Wow.’
Gideon en Pura schuifelen heel voorzichtig, opgelucht naar hun eigen basis. Ze zijn nu vol hoop. Ook al zijn ze met weinigen, het maakt niets uit. Als je voor het goede gaat, zal je uiteindelijk winnen.
En daar in de bank, ze weet het. Ze gaat voor het goede. En ook al zijn er maar weinigen met haar eens. Het goede wint.
Gemmetje Victoria
Als ze thuis voor de boekenkast staat, laat ze haar ogen glijden langs de boekenplanken. Ze heeft zo veel boeken. Ze weet al zo lang, dat verhalen haar helen. Ze zoekt, en dan… ze haalt het boek tussen de andere boeken vandaan, van Yvonne Keuls; Gemmetje Vicoria. Dat verhaal heeft destijds indruk gemaakt, en nu is het moment daar om het te herlezen.
Ze begint met het lezen van de achterflap:
Er moest nog een belangrijk verhaal verteld worden: het hartverscheurende verhaal van Gemmetje Victoria.
Yvonne Keuls leerde Gemmetje kennen in het opvanghuis waar ze vrijwilligerswerk verrichtte en Gemmetje schreeuwend binnenkwam.
‘Vergezeld door een stapel rapporten die haar leven met een paar woorden afdeden. Zo krijg je ook een kind. Vaak ook schreeuwend, zonder rapporten erbij, zonder commentaar, maar met hoop op een toekomst.’
Yvonne Keuls ontfermde zich over haar, zorgde voor haar, was er voor Gemmetje tot aan haar dood toe. Met veel humor beschrijft Keuls hoe Gemmetje werd omringd door mensen die haar liefhadden om wie ze was en om wie ze had kunnen worden.
‘Een echte Keuls.’ – Marion Pauw
‘Tegelijkertijd schrijnend en grappig.’ – NoordHollands Dagblad
‘Het nieuwe, hartverwarmende boek van Yvonne Keuls.’ – de Telegraaf
‘Keuls toont aan de hand van het veelbewogen en tragische leven van Gemmetje aan hoe het ‘een hele groep’ is vergaan.’ – de Volkskrant
‘Keuls schetst een prachtig tijdsbeeld van de Haagse Schilderswijk en de sterke vrouwen die daar werkten. Gemmetje was een van hen, met een ongelooflijk gevoel voor humor bovendien – laten we dat even onderstrepen, anders denken de lezers dat er alleen maar te huilen valt.’ – Het Parool
‘Superieur in toon en hoe u Gemmetje tot leven wekt.’ – Ruth Joos in Brommer op zee
‘In Gemmetje Victoria schetst Yvonne meesterlijk een bizar leven waarbij zij tot het dramatische einde betrokken is geweest. Onthutsend, soms hilarisch, maar ook hartverscheurend.’ – Margriet
En ze weet het, ze staat niet helemaal alleen, en zolang ze kan, zal ze strijden voor alle Gemmetjes. Net als Yvonne Keuls dat deed.

Weer mooi geschreven. Net als de boeken van Yvonne Keuls.
Dankjewel! Mijn broertje zei vroeger, als hij mij weer een boekenbon voor mijn verjaardag gaf: ‘Koop er maar weer zo’n zielig boekje voor.’ En dan ging ik weer naar de boekhandel voor een boek van Yvonne Keuls.