Vuile rat
Sanne zit tegenover haar therapeut. friemelt met haar vingers, haar hals rood. ‘Zullen we eerst een bakje koffie of thee drinken,’ zegt de therapeut. Dat doen ze. Buiten hoort ze het geklingel van een tram, het gekrijs van meeuwen, piepende banden. Op een gekke manier maakt dat haar rustig. Haar ademhaling wordt kalm.
‘Mijn oudste zoon raadde me aan met jou te gaan praten. Ik blijf een beetje erg hangen in mijn schuldgevoel. Tenminste zo verwoordt hij dat.’
Ze neemt een slokje van haar koffie. Ze haalt diep adem, en dan, dan, komt haar hele verhaal. ‘Ik ben bijna 17 jaar getrouwd geweest. En vanaf het eerste begin was het waardeloos. Hij schold me uit voor lompe os, varkenskop, en soms ook vuile rat. En ik begreep nooit waar het vandaan kwam, die boosheid, die scheldpartijen. Soms ging hij uit zijn dak, als de post een half uurtje later kwam dan anders, en dan was het mijn schuld, een andere keer werd hij woest omdat hij een gat in zijn sok trok.
Toen ons eerste kind werd geboren, Leon, was hij zo uitgelaten. ik heb even gedacht dat de rotperiode voorbij was. Maar de lol duurde maar even. Het werd al snel als vanouds, en vaak nog erger. Hij heeft me de eerste jaren niet geslagen. Toen nog niet.’
En ik deed niets
‘We kregen drie jongens, en vanaf het moment dat Leon naar de kleuterschool ging, kregen de jongens er ook van langs. Hij heeft ze zo uitgescholden, zo vreselijk. ik heb de kinders zo vaak ineen zien duiken. Dat hij mij uitschold, was vreselijk, maar dat hij mijn jongens kleineerde en traumatiseerde. Zo erg, zo heel erg.
En ik deed niets.’
Ik was laf
‘Toen Leon zo’n 12 jaar oud was, is hij ook fysiek geworden. Hij heeft hem geslagen, later de andere twee, en uiteindelijk mij ook.
En vanaf dat moment heeft Leon me steeds gezegd: ‘Mama, je moet weg gaan, je moet niet blijven.’ Hij heeft me gesmeekt om te vertrekken. Maar ik was laf. Ik durfde het niet eens achteraf te bespreken met Lies, bang dat hij weer woest zou worden.’
Mijn kinderen zijn beschadigd en ik heb het toegelaten
‘Op een donderdagavond, zo’n drie weken terug, was het weer raak. Leon had iets gedaan, ik weet niet meer wat, het was tijdens het eten, ik geloof dat hij een kippenbotje naast zijn bord legde of zoiets. Lies schoof zijn stoel met een ruk achteruit, kwam met gebalde vuisten op Leon af, vloekend en tierend. En toen ging Leon staan, hij is pas 16 geworden en groot en sterk, en hij pakte de gietijzeren pan van tafel, met beide handen, en riep: ‘Ik maak je dood, ik maak je dood, ik maak je dood.’ Ze stopt even en dan vervolgt ze. ‘Ik ben tussen beiden gaan staan. Toen rende Leon weg, het huis uit.
’s Avonds heb ik op hem gewacht, de hele nacht opgezeten, maar hij kwam niet terug. Ik weet dat hij een goede vriend heeft, en ik dacht dat hij daar was. En achteraf bleek dat ook zo te zijn. En die nacht, die hele nacht, heb ik het zo koud gehad, ik heb gebibberd en was helemaal gevoelloos, maar ik wist nu dat het klaar was.’ Ze zwijgt en begint dan zachtjes te huilen. ‘Ik had veel eerder van hem weg moeten gaan. Mijn kinderen zijn beschadigd en ik heb het toegelaten. We zitten nu met z’n vieren in een vakantiehuisje. Het is er rustig, we hoeven geen moment bang meer te zijn, tenminste, dat denk ik, maar ik voel me leeg en ontzettend schuldig. De jongens zijn lief voor me, maar ik kan niet eens liefde geven. Het is zo stil in me, zo doodstil. En als ze straks in een inrichting komen, dan is het mijn schuld, als ze straks geen relatie kunnen beginnen of volhouden, dan heb ik dat gedaan. Als ze aan de drugs of drank raken, dan is het geen wonder. Toch?
Ik heb vertrouwen in mijn jongens
De therapeut heeft stilletjes geluisterd, en terwijl ze weer een kopje koffie inschenkt, zegt ze bedachtzaam. ‘En wat wil je nu?’
‘Eigenlijk hė,’ geeft ze antwoord, ‘wil ik dat je me uitscheldt. Mijn vriendinnen zeggen dat ik deed wat ik op dat moment kon. En ik vind dat zo stom, zo niet waar en zo niet helpend. Daar kan ik helemaal niets mee. Scheld me maar uit, zeg maar dat ik het helemaal fout heb gedaan. Zeg me dat het mijn schuld is, als het fout met ze afloopt, zeg dat maar.
‘Dus je wil dat ik zeg dat je het fout hebt gedaan, dat je laf bent geweest. Weet je, misschien was je niet dapper, misschien had je moeten opstaan tegen Lies, misschien had je eerder weg moeten gaan.’ Ze stopt even. ‘Ik weet dat niet, maar het zou kunnen.’ Sanne richt haar betraand gezicht naar de therapeut. De therapeut legt haar hand op Sannes arm. ‘Maar,’ vervolgt dan de therapeut, ‘stel hė, stel dat je laf was en niet moedig, en te laat wegvluchtte, dat betekent niet dat het niet goed zal gaan met je kinderen. Dat betekent het helemaal niet. Het zou zomaar kunnen zijn dat ze door jouw liefde krachtige jongens zullen zijn, en misschien al zijn. Het zou zo maar kunnen zijn, dat je jongens een geweldige relatie zullen krijgen, een prachtige baan en een mooi zinvol leven. Dat zou zo maar kunnen.’ ‘Ondanks mij,’ antwoordt Sanne. ‘Ja, of misschien zelfs dankzij jou.’
Ze knikt. ‘Ik geloof dat ik dít nodig had,’ zegt ze dan. En als ze in het portiek staat, met haar jas, half aan, draait ze zich om. ‘Ik heb eigenlijk veel vertrouwen in mijn jongens. ja, daar ben ik wel zeker van.’ En ze rent het trapje af.
De kinderen van Ruinerwold
De kinderen van Ruinerwold, dat kan je wel zeggen, hebben een zware jeugd gehad. En wat zijn dat prachtige krachtige mensen geworden! Ondanks hun opvoeding. Misschien toch dankzij de liefde van hun moeder?
Vanaf het moment dat Israel van Dorsten, van Ruinerwold in het nieuws kwam, heb ik het gezin gevolgd, en het nieuws, de documentaire van Jessica Villerius, de talkshows. En ik was onder de indruk van de kracht van deze kinderen, de open blik, de hoop waarvan ze getuigden. Het heeft mij hoop gegeven voor de toekomst, de toekomst van onze jonge mensen. De wereld is niet verloren door geknoei van opvoeders, door het gebruik van social media, door scheldpartijen. Er blijft hoop. Kijk naar de zoete kerstcommercials, en oké, word gerust misselijk, maar toch. Blijf hopen.
En als je erg tekort geschoten bent in de opvoeding, of als je een moeilijke jeugd hebt gehad, kijk naar deze jongens, en haal dan maar diep adem!
Ik zeg maar zo, er is hoop. Opvoeding zegt zeker niet alles. Laat het verleden je heden niet bepalen.

❤️
❤️