Kerst in de jaren zestig
Het is zo’n zestig jaar geleden, maar elke kerst denkt ze eraan. En elke kerst voelt ze het weer: een stukje hemel
Kerstspel
Ze luistert ademloos naar het orgelspel. Wat kan haar vader toch spelen! Ze ziet hem voor zich, zoals hij nu speelt. Zijn rode bos krullen zwiept om zijn hoofd, zijn hele lijf beweegt, zijn ranke handen gaan razendsnel over de toetsen, zijn voeten op de pedalen. Ze kruipt steeds dichter tegen haar moeder aan. Het lijkt wel of het orgelspel nog meer juicht dan anders. Het zal wel zijn omdat het kerst is. Het is buiten koud, het vriest en er waait een venijnige wind. Is het daarom zo lekker veilig in de kerk, dichtbij moeder, met haar zachte wollen jas, terwijl de orgeltonen vrolijk door de kerk heen tuimelen?
Een beetje eerbiediger
Dan gaat de deur voorin de kerk open, de opgetogen tonen sterven zachtjes weg. De ouderling gaat achter de microfoon staan. En wenst de gemeente een goede kerst en gezegende kerst. Dan schraapt hij zijn keel, en zegt: ‘Ik heb ook nog een mededeling voor de organist. Zou u voortaan wat zachter, langzamer en eerbiediger willen spelen in de samenkomst. Zoals u de laatste tijd speelt – en het wordt steeds erger, zoals we vanochtend hoorden – vinden we als kerkenraad niet tot eer van God. Op deze manier is er geen verschil meer tussen de kerk en de wereld. En hij schraapt nog eens zijn keel, en voegt er bijna fluisterend aan toe, een kerk is toch geen balzaal.’ Er ontstaat gemurmel in de kerk, maar dan wordt het muisstil.
Ze houdt haar adem in. Het lijkt of een koude windvlaag de kerk is binnen gewaaid, ze kruipt nog dichter tegen haar moeder aan. Ze begrijpt het niet helemaal, maar ze weet: De ouderling heeft het tegen haar vader. En dán ziet ze haar vader verschijnen. boven naast het orgel. Hij lijkt wel nog langer dan anders. Hij buigt zich over de balustrade. ‘Jan, dan is dit de laatste keer dat ik de samenzang van de gemeente heb begeleid.’ Hij slaat met zijn vlakke hand op de rand, draait zich om, en loopt weg. Ze hoort zijn stevige voetstappen op de trap. En dan komt hij de kerk binnenlopen, hij schuift de bank in, waar zij zitten, en gaat naast moeder zitten. Moeder fluistert: ‘Zou je niet, vanmorgen, voor de laatste keer willen spelen? Vader schudt zijn hoofd. Ze ziet zijn lippen een streepje worden. En ze weet wat dat betekent. Dat is een nee, dat geen ja wordt, nooit. Moeder probeert het nog éen keer: ‘Speel dan alleen nog deze ene psalm.’ Hij schudt het hoofd. De hoofden van alle mensen zijn gericht op de ouderling. En dan begint Jan, voorin de kerk, door de microfoon te zingen. ‘Geloofd zij God met diepst ontzag.’ De gemeente volgt en even later zingt de hele kerk. Het klinkt kaal en naar. Ze kijkt op, naar het gezicht van moeder. Ze knikt naar haar, en glimlacht. En ze weet. Het komt wel goed.
Dit had ze nooit eerder meegemaakt
Thuis gaat moeder , zoals altijd na de kerkdienst koffie zetten. Zij krijgen anijsmelk en een stukje kerstkrans. Vader zit in zijn rookstoel naast de kachel. Hij heeft, zoals altijd zijn Eilanden Nieuws voor zich. ‘Nee, Jaap,’ zegt moeder, ‘even iets anders.’ Hij kijkt op, en legt zijn krant naast zich neer. Vader luistert nooit naar anderen, niet naar de buurman, niet naar de dokter, niet naar de ouderling, maar wel altijd naar moeder. Hij kijkt een beetje, tja, het lijkt wel verlegen naar moeder. Dan loopt ze naar hem toe, en pakt zijn hoofd tussen beide handen, en ze kust zijn voorhoofd. Dan gaat ze, en ze kijkt haar ogen uit, op zijn schoot zitten, doet haar armen om zijn hals en zegt: ‘O, lieverd, ik ben zo trots op je, ik hou toch zo veel van je.’ Ze ziet de ogen van haar vader vochtig worden. Zijn mond trekt. Het lijkt of hij gaat huilen, en dan zegt hij, een beetje krakerig: ‘Ik hou ook zo zielsveel van jou.’ En zo blijven ze een poosje zitten.
Engelen in het luchtruim
Een poosje later zitten ze aan tafel. De doos met Mens erger je niet is opengegaan. Ze spelen, zoals ze altijd doen. Moeder een beetje vals, en vader zet alles op alles om te winnen.
‘Gaan we vanavond naar de kerk?’ vraagt ze. Moeder kijkt even naar vader, en zegt dan: ‘Nee, zondag gaan we weer naar de kerk, maar vanavond vieren we thuis kerst. Vader loopt naar de platenspeler, en even later klinkt een lied, een lied over engelen die in het luchtruim zweven. En ze weet: Dit is een dag met een gouden randje, dit is een dag dat de hemel een beetje open ging, dit is een dag waarop de liefde overwon.
Kerst: een beetje hemel
Na deze dag heeft ze haar moeder nooit meer lieverd horen zeggen, ze heeft nooit meer tranen in de ogen van vader gezien, en ze heeft helemaal nooit meer haar moeder op de schoot van haar vader zien zitten, maar ze wist, ze voelde de liefde die er in het huis zweefde.
Er is veel gebeurd in die zestig jaar die erop volgden. Haar beide ouders leven niet meer, en ze is haar eigen weg gegaan. Ze zwerft, én elke kerst, dan legt ze de plaat op haar oude pick-up, en laat de engelen weer zweven in het luchtruim. En ze weet het zeker: Er is een stukje hemel.

Geertje , dank je 😘
❤️
Wat een prachtig verhaal Geertje.
Dankjewel 😘