oorlog
Ik heb nooit over oorlog willen lezen.
Ik ben opgevoed met psalmen, gezongen op hele noten. Ze kunnen nog steeds bij me binnenkomen, echter, van andere muziek had ik geen sjoege. Toen ik de aflevering van de Podcast ‘Moderne Profeten’ over Arvo Pärt beluisterde, was ik diep onder de indruk.
Een verhaal over dappere kinderen, stimuleert me om mijn hoofd boven het maaiveld te steken, om tegen de stroom in te zwemmen en anders te denken dan de mensen…
Helende gedichten, ze kunnen helpen in deze roerige tijden.
Helende gedichten Read More »
Wat heerlijk, om juist in tijden van verwarring, verdriet en stress een kinderboek ter hand te nemen.
Het nut van kinderboeken Read More »
Ons schip heet de Orpheus, naar de zanger en dichter uit de Griekse mythologie. De wind ging liggen als hij speelde op de luit, de bloemen openden hun hart en de meisje begonnen bevallig te dansen.
Samen met mijn lief zit ik in de wachtkamer van het oogziekenhuis. Hij heeft een nieuwe lens in zijn ogen en is er zielsgelukkig mee. Hij ziet niet meer dubbel. Autorijden is minder vermoeiend en lezen gaat een stuk beter. (Jammer dat de dyslexie…
Hoeveel trauma kan je meekrijgen door de opvoeding in je gezin van herkomst. Lala Gúl weet er alles van, zoals ze dat beschrijft in haar boek ‘Ik ga leven’.
Gezin van herkomst Read More »
Kolom bewerken
Op een dag komt een jong stel bij priester Valentijn. ‘Wilt u ons trouwen?’
Het is het jaar 269. De jongen is een heidense soldaat en het meisje een christelijk boerinnetje.
Door Claudius II is het streng verboden dat een soldaat trouwt. Stel je voor dat een jonge soldaat steeds aan zijn lieve vrouw denkt op de slagveld. Hij zou afgeleid worden, en door de gedachte aan zijn liefde zijn moordende wapens slecht hanteren.
Priester Valentijn vindt de wetten van het land minder belangrijk dan de prille liefde tussen deze twee mensen. Hij geeft hen zijn zegen.
De kracht van vriendelijkheid Een pleidooi voor meer vriendelijkheid Vriendelijkheid in het gezin ‘Wil je helpen om onze keuken te zetten, pa.’ Â Zo zouden de andere kinderen dat vragen. ‘En als je moe bent, of je hebt iets anders, je moet je niet in allerlei bochten wringen, hoor.’ Zo niet die ene zoon. Dat gaat